De transitievergoeding in het onderwijs: hoe zit het ook alweer?

feb 22, 2017

Met de Wet Werk en Zekerheid is op 1 juli 2015 de transitievergoeding in het arbeidsrecht geïntroduceerd. Werknemers waarvan de arbeidsovereenkomsten tenminste 24 maanden heeft geduurd hebben bij een beëindiging van de arbeidsovereenkomst op initiatief van de werkgever in beginsel recht op de transitievergoeding. Dat is alleen anders als de grond voor het ontslag is gelegen in verwijtbaar handelen van de werknemer.

De transitievergoeding is ook van toepassing in het bijzonder onderwijs. In het openbaar onderwijs zijn medewerkers werkzaam op basis van een ambtelijke aanstelling. De Wet Werk en Zekerheid en de transitievergoeding zijn daar niet van toepassing.

Omdat werknemers in het onderwijs bij ontslag veelal aanspraak kunnen maken op een bovenwettelijke werkloosheidsuitkering, bestaat er nog wel eens onduidelijkheid over de vraag of daarnaast ook de transitievergoeding verschuldigd is. Daarom zetten wij het hieronder nog eens op een rij.

Overgangsrecht tot 1 juli 2016: bovenwettelijke uitkering gaat voor transitievergoeding

In een eerdere blog hebben wij u bericht over het Besluit Overgangsrecht Transitievergoeding. Op grond van dat overgangsrecht gingen voorzieningen uit lopende cao’s voor op de transitievergoeding. Dat gold ook voor de bovenwettelijke werkloosheidsregelingen uit de onderwijscao’s (CAO PO, CAO VO etc.). Werknemers in het onderwijs die werden ontslagen en aanspraak konden maken op een bovenwettelijke werkloosheidsuitkering, hadden geen recht op een transitievergoeding.

De situatie na 1 juli 2016: transitievergoeding naast bovenwettelijke uitkering

Dat overgangsrecht is per 1 juli 2016 echter verlopen. Weliswaar is het ook na 1 juli 2016 nog altijd mogelijk om bij cao van de transitievergoeding af te wijken. De Wet Werk en Zekerheid biedt de ruimte om de transitievergoeding buiten toepassing te verklaren, indien de cao voorziet in een “gelijkwaardige voorziening”. In de nieuwe onderwijscao’s (de CAO PO 2016-2017 en de CAO VO 2016-2017) is de bovenwettelijke werkloosheidsregeling voor het bijzonder onderwijs weliswaar versoberd. Daarbij is echter niet afgesproken dat de (in vergelijking met de commerciële sector nog altijd ruime) bovenwettelijke werkloosheidsregeling in de plaats treedt van de transitievergoeding. Bij ontslagtrajecten die na 1 juli 2016 zijn gestart hebben de werknemers in het onderwijs dan ook recht op zowel de transitievergoeding als de bovenwettelijke uitkering, uiteraard mits zij aan de daarvoor geldende voorwaarden voldoen.

Besluit in mindering brengen kosten op transitievergoeding

Overigens is het onder bepaalde voorwaarden wel mogelijk om bepaalde kosten in mindering te brengen op de transitievergoeding. Het moet gaan om kosten die de werkgever heeft gemaakt voor activiteiten ter bevordering van de inzetbaarheid van de werknemer buiten de organisatie van de werkgever. Daarbij kan worden gedacht aan de inzet van een outplacementtraject, een loopbaancoach, het volgen van een opleiding etc. Van belang is dat het moet gaan om kosten die zijn gemaakt om de kansen op de arbeidsmarkt in zijn algemeen te vergroten en het dus niet mag gaan om activiteiten die gericht zijn op een functie bij de werkgever. De kosten moeten zijn gemaakt in een periode van 5 jaar voorafgaand aan de dag waarop de transitievergoeding verschuldigd. Een andere belangrijke voorwaarde is dat de werknemer er schriftelijk mee heeft ingestemd dat de kosten in mindering worden gebracht op de transitievergoeding.

Contact opnemen

Share This