Het onderhandelaarsakkoord over de nieuwe CAO voor het voortgezet onderwijs (CAO VO 2016-2017)

apr 14, 2016

Na lang onderhandelen hebben de sociale partners in het voortgezet onderwijs op 12 april 2016 een onderhandelaarsakkoord bereikt over een nieuwe CAO voor het voortgezet onderwijs (CAO VO). Daarin is ook overeenstemming bereikt over de wijze waarop in de nieuwe CAO VO wordt omgegaan met de wijzigingen die de Wet Werk en Zekerheid met zich mee hebben gebracht voor het bijzonder onderwijs. De nieuwe CAO VO zal ingaan op 1 juli 2016 en heeft een looptijd tot 1 oktober 2017. Hieronder de belangrijkste onderwerpen op een rij.

1. Reparatie inkorting WW-uitkering

De verkorting van de duur van de WW-uitkering als gevolg van de WWZ (van maximaal 38 maanden naar maximaal 24 maanden) wordt in de nieuwe CAO VO gerepareerd. Daardoor blijft het voor de werknemers in het VO mogelijk om tot maximaal 38 maanden WW op te bouwen.

2. Versobering bovenwettelijke werkloosheidsuitkering

Daar staat tegenover dat de bovenwettelijke werkloosheidsuitkering (WOVO) in het bijzonder onderwijs wordt versoberd. De bovenwettelijke uitkering bestaat voortaan uit een aanvullende uitkering, een aansluitende uitkering en een extra aansluitende uitkering:

  • Gedurende de eerste 6 maanden van de WW-uitkering bestaat recht op een aanvulling van de WW-uitkering tot 75 % van het laatstverdiende salaris. Vervolgens bestaat gedurende een periode van 18 maanden recht op een aanvulling van de WW-uitkering tot 70 % van het laatstverdiende salaris. Indien een werknemer recht heeft op een langere WW-uitkering vanwege de reparatie van de verkorte WW, bestaat ook over die langere periode van WW recht op een aanvulling van de WW-uitkering tot 70 % van het laatstverdiende salaris, waarbij als maximumloon wel einde schaal 12 (LD) wordt aangehouden. Dat is een versobering ten opzichte van de huidige regeling die de WW-uitkering gedurende de eerste 12 maanden aanvult tot 78 % van het laatstverdiende salaris.
  • Na het einde van de WW-uitkering bestaat recht op een aansluitende uitkering. De duur van de aanvullende uitkering bedraagt één maand per gewerkt jaar in het onderwijs met een maximum van 34 maanden. Voorwaarde is dat de werknemer minimaal 5 jaar in het onderwijs heeft gewerkt. Dat is een aanzienlijke versobering ten opzichte van de huidige regeling, waarin werknemers bij ontslag na hun 40e aanspraak kunnen maken op een aansluitende uitkering gedurende minimaal 1 jaar tot maximaal 12 jaar (de duur is afhankelijk van de leeftijd waarop de werknemer wordt ontslagen en de diensttijd in het onderwijs).
  • Voor oudere werknemers geldt een extra aansluitende uitkering. Een werknemer die 15 jaar in het onderwijs heeft gewerkt en die in de periode vanaf 10 jaar voor de AOW-gerechtigde leeftijd wordt ontslagen, heeft recht op een verlenging van de aansluitende uitkering tot AOW-gerechtigde leeftijd. Die extra aansluitende uitkering bedraagt 70 % van het laatstverdiende salaris met een maximum van 130 % van het wettelijk minimumloon.

Voor de medewerkers in het openbaar onderwijs blijft de huidige bovenwettelijke werkloosheidsregeling grotendeels gelden. De aanvullende uitkering wordt aangepast in dezelfde zin als voor het bijzonder onderwijs. De aansluitende uitkering blijft echter gelijk aan de huidige situatie en wordt zelfs iets verruimd doordat de duur van de aansluitende uitkering niet wordt gemaximeerd tot de 65-jarige leeftijd, maar tot de AOW-gerechtigde leeftijd. Reden waarom de bovenwettelijke werkloosheidsregeling voor het openbaar onderwijs hetzelfde blijft, is dat medewerkers in het openbaar onderwijs bij ontslag geen recht hebben op de transitievergoeding.

Overgangsrecht

Als overgangsrecht is het volgende afgesproken:

  • Ingegane uitkeringsrechten blijven gerespecteerd conform de huidige bovenwettelijke regeling en de uiterste einddatum wordt aangepast van 65-jarige leeftijd naar de AOW-leeftijd.
  • De huidige bovenwettelijke regeling blijft van toepassing indien de arbeidsovereenkomst eindigt in de periode van 1 juli 2016 tot 1 januari 2017 op basis van een vaststellingsovereenkomst die uiterlijk voor 1 juli 2016 is gesloten. Daarbij is een transitievergoeding niet aan de orde, tenzij partijen een transitievergoeding overeenkomen.
  • Werknemers in het bijzonder onderwijs die op of na 1 juli 2016 worden ontslagen kunnen gedurende een periode van 5 jaar nog kiezen voor een bovenwettelijke uitkeringsregeling zoals die voor het openbaar onderwijs geldt. Daarbij geldt dan wel als voorwaarde dat het ontslag wordt vormgegeven in een vaststellingsovereenkomst en dat geen recht bestaat op een transitievergoeding.

 

3. Ketenregeling voor arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd

Met de invoering van de WWZ is per 1 juli 2015 de ketenregeling aangescherpt: een keten van opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd mag maximaal 2 jaar duren en er mogen maximaal 3 opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd worden gesloten. Wordt die periode van 2 jaar overschreden of worden opeenvolgend meer dan 3 arbeidsovereenkomsten gesloten, dan ontstaat van rechtswege een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. De WWZ voorziet echter in overgangsrecht waardoor tot 1 juli 2016 een beroep kan worden gedaan op ruimere ketenregelingen uit een toepasselijke cao. Van zo’n ruimere ketenregeling is sprake in de huidige CAO VO: binnen een periode van maximaal 3 jaar kan een werkgever onbeperkt opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd aangaan, zonder het risico dat een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaat. Per 1 juli 2016 loopt dat overgangsrecht af. In de nieuwe CAO VO wordt geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om (bij cao) een ruimere regeling af te spreken en wordt voor het bijzonder onderwijs de ketenregeling van de WWZ overgenomen in de CAO VO. Alleen voor tijdelijke dienstverbanden wegens onbevoegdheid  van de leerkracht, blijft de afwijkingsmogelijkheid tot 1 oktober 2017 bestaan.

Aangezien de WWZ niet van toepassing is op ambtenaren is het mogelijk om in de nieuwe CAO VO de ruimere ketenregeling uit de huidige CAO VO te handhaven voor het openbaar onderwijs.  Uit de tekst van het hoofdlijnenakkoord lijkt te kunnen worden opgemaakt dat dit het geval zal zijn.

4. Loonsverhoging

Er komt een structurele salarisverhoging van 0,8 tot 1,25 %. Daarnaast worden de salarissen per 1 juli 2016 eenmalig verhoogd met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2016. In de maand juli 2016 vindt een eenmalige uitkering plaats van die salarisverhoging over de periode van januari 2016 tot 1 juli 2016. Op 1 april 2017 wordt nog een eenmalige uitkering van € 500,- betaald.

5. Wijziging regels bij reorganisatie

Bijlage 6 bij de CAO VO (het Sociaal Statuut) zal in die zin worden aangepast dat werkgevers die formatieve problemen zien vroegtijdig de vakbonden informeren en in overleg met de vakbonden tot een plan komen om de voorziene formatieve problemen aan te pakken. Indien gedwongen ontslag desalniettemin nodig blijkt wordt een sociaal plan overeengekomen met een looptijd van minimaal 1 jaar. Dat is een wijziging ten opzichte van de huidige CAO VO die een sociaal plan met een looptijd van minimaal 2 jaar voorschrijft.

6. Beroepscommissie voor bijzonder onderwijs

Met de invoering van de WWZ was per 1 juli 2015 in ontslagsituaties geen rol meer weggelegd voor de beroepscommissies in het bijzonder onderwijs. Voor 1 juli 2015 was het voor een werkgever in het (voortgezet) onderwijs mogelijk om de arbeidsovereenkomst – zonder voorafgaande toestemming van het UWV – op te zeggen. De werknemer kon tegen die opzegging in beroep bij de Commissie van Beroep waarbij het schoolbestuur (verplicht) was aangesloten. Sinds 1 juli 2015 moet ook in het onderwijs toestemming aan het UWV worden gevraagd voor ontslag wegens bedrijfseconomische omstandigheden en wegens langdurige ziekte c.q. arbeidsongeschiktheid. Voor alle andere ontslaggronden (disfunctioneren, verstoorde arbeidsrelatie etc.) moet een ontbindingsverzoek worden ingediend bij de kantonrechter. De WWZ biedt de mogelijkheid om bij cao een ontslagcommissie in te stellen als alternatief voor een ontslagtraject bij het UWV. Door de cao-partijen is er niet voor gekozen om de commissies van beroep tot een dergelijke ontslagcommissie te maken. Dat betekent dat voor de beroepscommissie slechts een rol blijft weggelegd voor andere zaken dan ontslag (schorsing, disciplinaire maatregelen, overplaatsing etc.). De cao-partijen hebben afgesproken dat er één landelijk beroepscommissie zal worden ingesteld.

Neem contact op

De WAB: deel 3, de Oproepovereenkomst

  De doelstelling van de WAB is om het verschil in kosten en risico’s tussen vaste en flexibele contracten te verminderen. De regeling van de oproepovereenkomst is één van de onderwerpen die met de WAB wordt gewijzigd.De oproepovereenkomst is geregeld in art. 7:628a...

Lees meer

De WAB: deel 2, de Transitievergoeding

  Het tweede deel van onze serie blogs over de Wet arbeidsmarkt in balans gaat over de wijzigingen ten aanzien van de Transitievergoeding. Huidige situatieSinds invoering van de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) op 1 juli 2015 hebben werknemers bij de beëindiging van hun...

Lees meer

De WAB: deel 1, de cumulatiegrond

  In deze serie blogs over de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) bespreken we per blog een onderwerp dat als gevolg van de WAB gaat veranderen in het arbeidsrecht en het sociale zekerheidsrecht. Het doel van de WAB is om de kloof tussen vaste en flexibele contracten...

Lees meer

Van aanstelling naar arbeidsovereenkomst

  Met ingang van 1 januari 2020 verliezen overheidswerknemers hun ambtelijke status en krijgen ze een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht. Dat is althans de streefdatum van de wet die hier verantwoordelijk voor is: de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren...

Lees meer